De Nederlandse kunstenaar en dichter Willem
Frans Karel Hussem
werd op 29 januari 1900 geboren in Rotterdam als zoon van een notaris.
Ondanks verzet van zijn vader besluit Willem kunstenaar te worden. Na in
1917 -1918 lessen gevolgd te hebben aan de Rotterdamse Academie en bij de
schilder Dirk Nijland besluit hij naar Zuid Frankrijk te gaan. In 1930
trouwt hij met Anna Provo Kluit maar blijft hij in Frankrijk werken. In
Parijs komt hij in contact met Mondriaan en Picasso waar hij tot 1936 verbleef. In Frankrijk
kwam hij onder invloed van het werk van Vincent van Gogh. Na zijn terugkomst
in Nederland ging Willem Hussem abstract werken. Rond 1940 kwam hij in de
ban van Pablo Picasso en de kunst van niet westerse volkeren. Pas in 1936
vestigt hij zich definitief in Nederland. Hij betrok een woning in de Haagse
schilderwijk aan de Mijtensstraat naast een voormalig
badhuis, dat hij als atelier inrichtte en
waarin hij -- met een korte onderbreking wegens een verbouwing -- tot zijn
dood is blijven werken.
Naast schilder is Willem Hussem een verdienstelijk dichter
en publiceert hij verschillende bundels. In Den Haag verkeert hij die jaren
vooral in literaire kringen. Hij is het middelpunt van de ‘Posthoorn Groep’,
een groep schilders en schrijvers die elkaar regelmatig ontmoeten in bodega
'De Posthoorn'.aan het
Smitsplein waar steevast aan
zijn vaste tafel achter in de zaak te vinden is. (De Posthoorn werd op 3 maart 1945
geheel verwoest door een bombardement). Met Alexander Pola en Simon
Carmiggelt was Hussem vanaf begin jaren '40 vrijwel dagelijks te vinden aan
zijn stamtafel in De Posthoorn. Een gewoonte die hij tot aan zijn dood niet
zou opgeven. Vanachter de stamtafel gaf de tot plaatselijke "Kunstpaus"
uitgegroeide Hussem commentaar op moderne kunstenaars die zijn oordeel
vroegen. Zijn positie als modern kunstenaar werd in Den Haag onder de jonge
kunstenaars bijzonder gerespecteerd en zijn oordeel werd door hen dan ook
gevreesd, gehoord en gerespecteerd.
Vanaf 1939 worden zijn schilderijen
abstracter en kalligrafischer. In de periode 1941 - 1945 is exposeren
onmogelijk geworden aangezien Hussem weigerde lid te worden van de
Kultuurkamer. Onder de titel ‘Experimentelen' exposeert hij
pas weer in 1947 en 1948 met kunstenaars als Ouborg, Sinemus en Willy Boers volledig
abstracte schilderijen. In 1949 wordt hij lid van ‘Vrij Beelden’ en bleef
lid toen deze groep opging in de ‘Liga Nieuw Beelden’. Was lid van de Haagse
kunstenaars groep Fugare en
Verve. In 1960 wordt zijn
werk getoond op de Biënnale in Venetië.
In 1952 en 1955 werd Willem Hussem onderscheiden met de Jacob Marisprijs
voor de schilderkunst. Hij won in 1958 met zijn tekening "T VIII" de Jacob
Marisprijs, maar zijn werk werd door de pers omschreven als "zinledig gemors
met inkt" en "inktkladtekening".
In De Posthoorn maakte hij kennis met schrijvers als J.C. Bloem en Clara
Eggink, Martinus Nijhoff, Adriaan Roland Holst en Simon Carmiggelt. Vooral
door de vriendschap met Bloem kwam hij ertoe zelf
gedichten te gaan
schrijven. Als oudere onder de moderne dichters van de jaren vijftig nam hij
een geheel eigen plaats in. Over het schrijven van zijn korte gedichten zei
hij zelf eens: “zuiverheid van beeld, ontdaan van bijkomstigheden, daar komt
het op aan”. Voor zijn literaire werk ontving hij in 1965 de Jan Campert-prijs.
Naast gedichten, tekeningen en schilderijen maakte Willem Hussem vanaf 1967 ook
metaalplastieken. Deze
metaalplastieken ontstonden door de restanten aluminium te gaan gebruiken van zijn
vriend Jaap Eggens, die uit
rollen aluminium de typische lijsten om zijn schilderijen maakte.
Hoewel hij gunstige kritieken kreeg en een schilder van internationaal
formaat werd genoemd, kon Hussem zijn gezin nauwelijks in leven houden.
Het werk van Hussem is ondermeer opgenomen in de collectie
van het
Haags Gemeentemuseum, het Stedelijk Museum in Amsterdam en het
Dordrechts Museum
Willem Hussem overleed op 21 juli 1974 in Den Haag.
Naar de beelden van Willem Hussem in de Haagse Regio
